De PASSI (pupils’ attitudes towards socio-scientific issues)

In mijn eerdere blog beschreef ik onze definitie van attitudes. Ik beloofde jullie toen om later meer te vertellen over ons instrument dat de attitudes van kinderen ten opzichte van maatschappelijk technologische vraagstukken meet (de PASSI). Dat doe ik in deze blog.

Volgens ons is attitude een multi-dimensionaal concept, dat bestaat uit drie dimensies: de cognitieve dimensie, de affectieve dimensie en de dimensie van het waargenomen gevoel van controle.

De cognitieve dimensie gaat over meningen en opinies. De affectieve dimensie over emoties. En de dimensie van het waargenomen gevoel van controle gaat over de mate waarin iemand zich afhankelijk voelt van bijvoorbeeld zijn eigen kennis en vaardigheden, de support van anderen of andere hulpmiddelen.

Elke dimensie bestaat uit een aantal componenten. Onder de cognitieve dimensie valt het component relevantie. Vind het kind maatschappelijk technologische vraagstukken belangrijk? Die opvatting over relevantie meten we vanuit drie invalshoeken:

  1. het onderwerp is relevant genoeg om er later zelf iets aan te doen (eigen relevantie),
  2. het onderwerp is relevant genoeg om er nu al over te leren op school (leerrelevantie),
  3. het onderwerp is relevant genoeg dat grote organisaties en landen zich er mee bezig moeten houden (relevantie voor anderen).

De affectieve dimensie gaat uit van twee soorten gevoelens die kinderen kunnen ervaren ten opzichte van dit soort onderwerpen en waarmee ze hun betrokkenheid laten zien. Ten eerste speelt er een gevoel van zorg over deze maatschappelijk technologische ontwikkelingen. Daarnaast speelt er een gevoel van interesse, waarbij het kind gemotiveerd is om zich te verdiepen in maatschappelijk technologische vraagstukken.

De derde dimensie, het waargenomen gevoel van controle, gaat uit van de mate waarin iemand zich afhankelijk voelt van zijn eigen kennis en vaardigheden (self-efficacy) om actie te kunnen ondernemen. Bijvoorbeeld: ik ben erg goed in het nadenken over deze maatschappelijk technologische vraagstukken. Daarnaast, aangezien het gaat over democratisch burgerschap, waarbij het gezamenlijke proces belangrijk is, gaat het vooral over het gevoel van afhankelijkheid van de vaardigheden en kennis van de groep (collectieve efficacy). Bijvoorbeeld: mijn klas is erg goed in het discussiëren over deze vraagstukken. Tot slot kan het kind zich afhankelijk voelen van de ondersteuning vanuit anderen (afhankelijkheid van anderen). Bijvoorbeeld: met de hulp van anderen zou ik deze vraagstukken vaker onderzoeken.

De PASSI is afgenomen bij meer dan 1000 leerlingen. Uit ons onderzoek naar de validiteit van deze vragenlijst (factor analyse, betrouwbaarheid binnen schaal, spreiding van de antwoorden) scoren de componenten in de PASSI erg goed. Het blijkt dat de PASSI-componenten duidelijk te onderscheiden zijn in een factor analyse. De componenten vertonen ook samenhang, dus vallen ze onder één paraplu begrip (namelijk attitude). Verder gebruiken de leerlingen alle antwoord mogelijkheden, dus is de vragenlijst gevoelig genoeg om verschillen in leerlingen weer te geven. Tot slot blijkt ook uit de manier van antwoorden dat er nog geen sprake van een plafondeffect. Dat wil zeggen dat leerlingen niet per se hoog scoren op de componenten. Dat betekent dat de PASSI genoeg ruimte biedt om bij de nameting een eventuele groei in de attitudecomponenten weer te geven.

We zijn erg benieuwd naar de nameting, we hopen een verbetering van de attitude terug te zien!


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s