De houding van kinderen ten opzichte van maatschappelijk-technologische vraagstukken

Het doel van dit project is het toerusten van leerlingen met kennis, vaardigheden en een houding die volgens ons passen bij bèta burgerschap. In deze blog ga ik dieper in op de houding die past bij bèta burgerschap. Binnen het project hebben we daar drie doelen voor op gesteld:

  1. Vertrouwen: De leerlingen vertrouwen erop dat ze zelf individueel en als groep kunnen bijdragen aan discussies over maatschappelijke technologische vraagstukken en kunnen meewerken aan de ontwikkeling van oplossingen. Ze vertrouwen er ook op dat ze zelf en als groep kunnen meebeslissen over rechtvaardige en duurzame oplossingen.
  2. Waardering: Leerlingen vinden het een uitdaging om optimale oplossingen te ontwikkelen. Ze zien het belang van groepsgewijs werken. Bovendien zien ze de relevantie in van bèta en techniek voor de beantwoording van maatschappelijke technologische vraagstukken. In samenhang hiermee zijn de leerlingen zich bewust van het belang van technologische beroepen en herkennen ze hoe deze beroepen kunnen bijdragen aan rechtvaardige en duurzame oplossingen.
  3. Betrokken en kritische houding: Leerlingen begrijpen dat technologie aan de ene kant zorgt voor vooruitgang en aan de andere kant de maatschappij voor morele problemen stelt. Ze zien in dat de problemen die door techniek opgeroepen worden ook door techniek kunnen worden beantwoord. De leerlingen vinden maatschappelijke technologische vraagstukken relevant en voelen zich competent om daar iets aan te doen. Ze hebben een kritische houding zonder dat deze ten koste gaat van hun enthousiasme om er iets aan te doen.

Om er achter te komen of we deze doelen behalen, hebben we een vragenlijst ontwikkelt die de houding (of ook wel: attitude) van de kinderen ten opzichte van maatschappelijk technologische vraagstukken meet, deze noemen we de PASSI (pupils’ attitudes towards socio-scientific issues). In een volgende blog ga ik dieper in op deze vragenlijst.

Misschien vraag je je nu af: Waarom is het belangrijk om de attitude te meten?
Een attitude gaat vooraf aan gedrag en kan de intentie om bepaald gedrag uit te voeren voorspellen [1]. Met de PASSI wordt dus de waarschijnlijkheid gemeten of een kind zich wil verdiepen in deze maatschappelijk technologische vraagstukken. Dit doen we door onder andere te kijken naar of hij deze vraagstukken belangrijk vindt, of hij ze interessant vindt en of hij zich bekwaam genoeg voelt om met deze vraagstukken te onderzoeken.

Hoe ziet een attitude eruit?
Volgens uitgebreid (literatuur)onderzoek van mijn collega’s is een attitude een multi-dimensionaal begrip [2]. Dit betekent dat de essentie van attitude niet te vangen is in één concept, maar dat verschillende dimensies samen wel een goed beeld geven van iemands houding. Dit is in tegenstelling tot literatuur van anderen, waar attitude regelmatig wordt beschreven als alleen een affectief concept. In deze literatuur wordt attitude dan ook vaak gezien als onderdeel van bijvoorbeeld betrokkenheid of empowerment [3,4].

Volgens ons is een houding rijker dan alleen de gevoelens. Onze definitie van attitude is dus breder en gaat naast emoties ook over meningen en een gevoel van controle.  Zo kun je:

  • geïnteresseerd zijn en je zorgen maken over maatschappelijk-technologische vraagstukken (emoties),
  • het belangrijk vinden dat iemand anders en/of jijzelf iets aan deze vraagstukken doet (mening)
  • het gevoel hebben dat je niet de kennis en vaardigheden hebt om iets aan deze vraagstukken kunt doen en/of de hulp van anderen nodig hebt om iets te doen (gevoel van controle).

attitude

Deze dimensies vallen allemaal onder het begrip attitude, maar zijn zo verschillend dat ze apart gemeten dienen te worden. Dit betekent ook dat attitude niet te beschrijven is in één getal, dan zou je immers appels met peren vergelijken. In onze resultaten beschrijven we de attitude aan de hand van de verschillende dimensies (en subcomponenten – waar ik in mijn volgende blog meer over vertel). Dit zorgt er voor dat je gedetailleerd inzicht hebt in de ontwikkeling van de attitude, waardoor je beter weet op welk gebied een kind nog kan groeien en waar je het kind meer kan motiveren.

Nu hoop ik dat ik je nieuwsgierig heb gemaakt naar mijn volgende blog: want hoe zien wij de attitude ten opzichte van maatschappelijk technologische vraagstukken er precies uit? Daar ga ik de volgende keer dieper op in.

 

 

Referenties:

[1] Ajzen, I. (1991). The theory of planned behavior. Organizational behavior and human decision processes50(2), 179-211.

[2] Van Aalderen‐Smeets, S. I., Walma van der Molen, J. H., & Asma, L. J. (2012). Primary teachers’ attitudes toward science: A new theoretical framework. Science Education96(1), 158-182.

[3] Sinatra, G. M., Heddy, B. C., & Lombardi, D. (2015). The challenges of defining and measuring student engagement in science. Educational Psychologist50(1), 1-13.

[4] Schreiner, C., Henriksen, E. K., & Kirkeby Hansen, P. J. (2005). Climate education: Empowering today’s youth to meet tomorrow’s challenges.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s